Trauma: bij Sinterklaas op schoot.

trauma bij sinterklaas op schoot

Trauma: bij Sinterklaas op schoot.

In het kader van mijn boek dat ik aan het schrijven ben over hoe gebeurtenissen en trauma’s uit je jeugd nog steeds impact kunnen hebben op hoe je functioneert in het leven en relaties, deel ik ervaringen, o.a. die van mezelf. Het wil niet zeggen dat al deze anekdotes in het boek komen, maar ik wil ze wel delen, om te erkennen dat onze jeugdervaringen belangrijk zijn. De ervaringen, waardoor jij een conclusie hebt getrokken over jezelf en het leven, blijven zich in verschillende vormen herhalen als een kras in een elpee, als je hier niet bewuster mee omgaat.

 

Ik denk dat ik vier of vijf jaar oud was

 

Toen ik voor het eerst op een harde manier leerde dat ik niet goed ben zoals ik ben. En voordat je nu denkt dat ik zo’n mens ben met zo’n irritant olifantengeheugen: nee. Ik heb echt niet zoveel herinneringen aan mijn jeugd en mijn geheugen is over het algemeen een zeef. Maar blijkbaar vindt mijn brein deze herinnering de moeite waard om hem niet in het laatje van oneindige vergetelheid te stoppen. Picture this: Sinterklaas kwam op de kleuterschool. Met zijn zwarte Pieten want toen mocht dat nog. Het was een hele happening, want ouders waren er ook bij. Natuurlijk werd elk kind naar voren geroepen en moesten ze bij Sinterklaas op schoot zitten. Het grote, rode boek kwam erbij en over elk kind werd wel iets genoemd. Iets liefs, iets grappigs of iets wat niet zo leuk was. Ik heb geen idee wanneer ik aan de beurt was, want ik kan me niets herinneren van die dag, anders dan dat ik bij Sinterklaas op schoot zat. Sinterklaas liet mij weten dat hij iets gehoord had over mij. Namelijk: dat ik niet zo goed luisterde naar mijn pappa en mamma.

Tja, wat moet je daar als ukkie over zeggen en dan ook nog tegen Sinterklaas?

“Nou Sinterklaas, met alle respect: Dat gaat u helemaal geen reet aan én het is van horen zeggen. U was er niet bij, dus dat is niet bepaald objectief. En van horen zeggen snijdt net zo weinig hout als een pepernoot in de regen- het is simpelweg niet relevant. Over pepernoten gesproken, zit er nog wat in die zak? Anders ga ik weer op mijn stoel zitten.”

Maar dat zei ik niet. Ik keek denk ik zoals een kind kijkt die zich betrapt voelt en niet weet of ze moet huilen of moet lachen, dus dan maar super ongemakkelijk zijn blik vermijden, in afwachting op wat er gaat gebeuren.

Sinterklaas riep zijn Piet erbij.

 

“Piet, jij hebt iets heel handigs bij je toch?”
Ja hoor, daar kwam Piet, met een papieren ding aan. Het was een band, een cirkel, van bruin gekleurd papier. Aan weerszijden zaten twee grote papieren oren vastgeniet. Toen Sinterklaas dat ding op mijn hoofd zette leek het alsof ik mega apenoren had gekregen. “Zo”, zei hij triomfantelijk, “nu kun je vast veel beter horen.”
Toen iedereen begon te lachen, inclusief Sinterklaas en Pieten, had ik het liefst door een zwart gat in de vloer willen verdwijnen. Of Sinterklaas voor zijn muil geslagen.
Het gebeurde allebei niet. Ik moest het ondergaan. Ik weet niet meer wat er daarna is gebeurd. Ik mag graag fantaseren dat ik die stomme oren meteen stukgescheurd heb en daar voor oud vuil op de grond heb laten liggen, maar dat weet ik niet meer.

Sindsdien heb ik een hekel aan Sinterklaas.

 

Hij mocht in de jaren daarna heus wel zijn zak met kadootjes op Sinterklaasavond bij ons afgeven, en dan zong ik braaf “Dank u Sinterklaasje”, maar ik hoefde hem niet meer in mijn buurt te hebben.
De conclusie die mijn vijfjarige ‘ik’ daar trok was: ‘Ik ben niet goed genoeg. Ik ben niet lief want ik luister niet. Ze lachen me uit omdat ik raar ben. Er wordt niet naar mij geluisterd. Ik ben alleen.’
Aangezien mijn brein op die leeftijd het verschil niet kon maken tussen fantasie en werkelijkheid én de situatie niet kon observeren en relativeren, werd deze gebeurtenis onderdeel van mijn script.
Dit werd, wat we noemen, een belemmerende overtuiging. Een stiekeme gedachte, waar ik altijd tegen in opstand zou komen, maar tegelijkertijd bang was dat het waar zou zijn. Het stemmetje ‘jij bent niet goed genoeg’ zou nog vaker terugkeren in mijn leven en relaties.

 

Leave your comment