Hoeveel procent blijft bij elkaar na relatietherapie?
Het is misschien wel de eerste vraag die door je hoofd schiet als je relatietherapie overweegt: heeft dit eigenlijk wel zin?
Blijven mensen dan ook echt bij elkaar?
Logisch dat je dat wilt weten voordat je de stap zet. Je gaat tenslotte iets investeren — tijd, geld, en vooral een flinke portie moed.
In deze blog deel ik de cijfers die er zijn. Maar ik laat je ook zien waarom dat percentage misschien niet de belangrijkste vraag is. Want “bij elkaar blijven” en “gelukkig zijn” is niet helemaal hetzelfde. En dat verschil doet ertoe.
Wat zeggen de cijfers over het slagingspercentage van relatietherapie?
Laat ik beginnen met het getal waar je waarschijnlijk naar op zoek bent. Onderzoek naar EFT-relatietherapie — een van de best onderzochte methodes die er is — laat een mooi resultaat zien. Uit dat onderzoek blijkt dat ongeveer 70 tot 75 procent van de stellen die met deze vorm van relatietherapie beginnen, bij elkaar blijft én de verbinding verdiept.
Daarnaast is er nog een cijfer dat misschien wel net zo veel zegt. Bijna 90 procent van de stellen ervaart na de therapie een duidelijke verbetering in de kwaliteit van hun relatie. Niet iedereen voelt zich dus van de ene op de andere dag weer smoorverliefd, maar de overgrote meerderheid merkt dat het beter gaat.
Nog iets om te weten: bij EFT is er weinig terugval. Dat betekent dat de verbetering niet alleen tijdens de therapie voelbaar is, maar ook daarna standhoudt. Je leert namelijk vaardigheden die je houdt, ook als de therapie allang is afgerond.
Pas op met te mooie percentages
Misschien kom je online ook hogere getallen tegen. Praktijken die 90, 93 of zelfs hogere percentages beloven. Dat klinkt natuurlijk geweldig, maar wees daar voorzichtig mee.
Die hoge cijfers zijn meestal geen onafhankelijk onderzoek, maar interne resultaten van die praktijk zelf. En zo’n cijfer is makkelijk mooier te maken dan het is. Hoe? Door alleen de stellen mee te tellen die het hele traject hebben afgemaakt. Of door mensen al bij de start te selecteren op motivatie. Dan houd je vanzelf een hoog percentage over.
Ik vind eerlijkheid belangrijker dan een mooi verkooppraatje. De wetenschappelijke cijfers van rond de 70 tot 75 procent zijn realistisch. En eerlijk gezegd: dat is al een prachtig resultaat voor iets wat zo ingewikkeld is als een relatie tussen twee mensen.
“Bij elkaar blijven” is niet het hele verhaal
Hier wil ik even bij stilstaan, want dit is belangrijk. Het percentage dat bij elkaar blijft, klinkt als hét bewijs van succes. Maar is dat ook zo?
Stel je voor: twee mensen blijven bij elkaar, maar zijn allebei ongelukkig. Ze leven langs elkaar heen, vermijden de echte gesprekken en houden de boel draaiende voor de kinderen. Tellen die mee als “geslaagd”? Volgens het percentage wel. Volgens hun gevoel waarschijnlijk niet.
En andersom kan ook. Soms ontdekken twee mensen tijdens relatietherapie juist dat ze beter uit elkaar kunnen gaan. Niet in een vechtscheiding vol verwijten, maar met begrip en respect voor elkaar. Dat telt in de statistiek als “niet bij elkaar gebleven”. Maar voor die mensen kan het een enorme opluchting en een waardevolle uitkomst zijn.
Daarom geloof ik niet dat bij elkaar blijven het echte doel is.
Het echte doel is helderheid. Weten waar je staat, en een keuze maken die klopt — of dat nu samen verder is of ieder een eigen weg.
Waar hangt het succes eigenlijk van af?
Het percentage in een onderzoek zegt iets over de groep, niet over jullie specifiek. Of het bij jullie werkt, hangt vooral af van een paar dingen die je deels zelf in de hand hebt.
Het allerbelangrijkste is motivatie. Niet de garantie dat het lukt, maar de bereidheid om er samen voor te gaan. Stellen die allebei willen kijken naar hun eigen aandeel, komen verder dan stellen waarbij één persoon vooral wil dat de ander verandert.
Daarnaast helpt het enorm als er nog warmte is. Als er, onder al het gedoe, nog iets van liefde of verlangen zit om het te laten werken. Dat hoeft niet groot te zijn. Een sprankje is vaak genoeg om op voort te bouwen.
En tot slot: het moment waarop je begint. Hoe eerder je aan de slag gaat, hoe lichter het werk meestal is. Stellen die jaren wachten tot het patroon helemaal vastgeroest zit, hebben vaak meer te ontwarren. Niet onmogelijk, maar wel een grotere klus.
En als jullie het te lang uitstellen?
Veel mensen wachten te lang. Onderzoek laat zien dat stellen gemiddeld pas na jaren van problemen hulp zoeken. Dan zit de pijn diep en is het vertrouwen flink beschadigd.
Het mooie is: ook dan valt er vaak nog veel te herstellen. Maar het is wel zonde van de tussenliggende jaren. Al die tijd dat je je alleen voelde naast iemand van wie je houdt — die krijg je niet terug. Daarom is “het valt vast wel mee” zo’n verraderlijke gedachte. Hij houdt je tegen, terwijl actie ondernemen juist verlichting kan geven.
Wat je echt uit deze cijfers mag halen:
Als ik dit voor je samenvat: de kans dat relatietherapie helpt is groot. Zeven op de tien stellen blijft bij elkaar, bijna negen op de tien voelt verbetering. Dat zijn cijfers om hoopvol van te worden.
Maar laat je niet gek maken door percentages. Of jullie samen blijven, is niet de echte maatstaf. De echte vraag is of jullie weer met elkaar in contact komen, elkaar begrijpen, en vanuit helderheid kunnen kiezen wat goed is. Soms is dat samen. Soms is dat apart. In beide gevallen ben je verder dan toen je vastzat in twijfel.
Dus als je je afvraagt of het zin heeft: ja, voor de meeste mensen wel. En zelfs als jullie niet bij de 75 procent horen die samen verdergaat, betekent dat niet dat de therapie heeft gefaald. Het betekent dat je eerlijk hebt gekeken, en daar mag je trots op zijn.
Andere interessante blogs: