Jarenlang beschreef ik mezelf als een kat-uit-de-boom-kijker.
Niet: “ik heb soms wat tijd nodig om vertrouwen in iemand te kunnen hebben”, maar het beschermingsmechanisme uit mijn jeugd werd een karaktereigenschap.
Sterker nog, het werd mijn identiteit. “Zo ben ik nu eenmaal”, was een uitspraak die van mij had kunnen zijn. ‘Thank God’ ben ik daar niet in blijven hangen, zeg!
Stel je voor dat het gedrag dat ik me noodgedwongen moest aanmeten om te overleven in mijn jeugd nu nog steeds mijn leven had gerund.
Van automatisch naar bewust
En toch doet bijna iedereen dit. Zelfs na al die jaren als therapeut kan ik niet zeggen dat ik er helemaal vrij van ben.
Maar ik ben me wel steeds bewuster dat dit in mij aanwezig is én ik laat me niet zomaar meeslepen door automatische reacties en emoties.
Niet zonder slag of stoot. Niet zonder de omschakeling van automatisch naar bewust te maken.
Ervaringen uit je verleden bieden garantie voor de toekomst.
Als je ooit gekwetst bent, sluit je je hart af uit angst om weer gekwetst te worden. Pleasers worden geboren als je leerde dat je jezelf in allerlei bochten moet wringen om lief gevonden te worden of op zijn minst geaccepteerd of getolereerd te worden. Als je ouders door een vechtscheiding gingen, besluit jij om nooit te trouwen. Jouw rationele benadering op conflicten is logisch als er vroeger geen aandacht aan emoties werd besteed.
Dit gezegd hebbende, betekent het niet dat je dit moet blijven doen. Je mag het ook achter je laten en open staan voor nieuwe ervaringen.
Eerst moet je kiezen: Ben je prima met hoe je nu doet en bent of wil je leren hoe het anders kan?
Als je regie wilt over je leven en over je reacties heb je eigenlijk geen keus om dan ook te kijken naar je leven en je reacties. Verwachten dat een ander zich in bochten gaat wringen zodat jij je gedrag kan blijven voortzetten komt uit een plek van angst, niet vanuit liefde.
Het onderzoeken van je eigen gedrag begint met: wanneer is dit gedrag ontstaan? We weten al dat gedrag dat we automatisch en onbewust vertonen de oorsprong heeft in onze jeugd, in negen van de tien gevallen ergens tussen de nul en zeven jaar.
Bam, dat scheelt een hoop gegraaf.
Pak eens een oud fotoalbum erbij en kijk naar jezelf als kind. Stel jezelf de vraag bij elke leeftijd: wie is dit kindje? Heeft dit kindje dezelfde angsten als ik? Gelooft zij/hij dezelfde dingen over zichzelf als ik? Had dit kindje ook al dat muurtje, die alertheid, die onzekerheid?
Zoek de leeftijd eens op waarbij je naar het kindje kijkt en denkt: ‘hier was alles nog goed.’
Wat zie je in zijn/haar ogen?
In de ogen van mijn kindje van drie á vier jaar oud zie ik bijvoorbeeld een hele open, pure blik. Een blik van liefde. Er was spontaniteit, levenslust. De wereld was een grote speeltuin. Een immersive experience. Er was geen muur, geen minderwaardigheidscomplex, geen beschadigd zelfbeeld. Geen oordelen over anderen of over mezelf. Ik was juist een kind dat het heerlijk vond om mensen te zien die ‘anders’ zijn.
Ik had een vriendinnetje dat ‘punk’ was. Ja, in de jaren ’80, zo oud ben ik al. Zelf had ik het heel spannend gevonden om mij zo te kleden, maar dat zij en haar moeder er gewoon maling aan hadden, vond ik geweldig. Waar andere mensen er een oordeel over hadden en mijn vriendin en haar moeder raar vonden, kwam ik graag bij ze thuis. Fascinerend vond ik het.
Donkere shit
Ironisch wil het geval dat ik in mijn hele schoolperiode gepest ben en ik de stempel ‘niet goed genoeg’ en ‘niemand zit op mij te wachten’ op mezelf drukte. Terwijl ik mezelf toch beschouwde als een kind dat zo onzichtbaar mogelijk probeerde te zijn en echt niet mijn kop boven het maaiveld uit stak.
Dit heeft zijn littekens achtergelaten. Weg vlekkeloos zelfbeeld. Weg openheid en puurheid. Weg spontaniteit. Dat onbezorgde meisje was voor altijd weg. Ik heb die pijn echt vaak gevoeld, alsof het een soort rouwproces was.
Het heeft heel wat jaren geduurd voordat ik me iets heel belangrijks besefte. Ze was nooit weg, maar ik heb er dingen bovenop gestapeld. Oordelen, angsten, overtuigingen, muurtjes, wantrouwen, boosheid, wrok, verdriet. Allemaal donkere shit heb ik op die puurheid en liefde uitgestort en heb ik mezelf wijsgemaakt dat het er niet meer was.
Je innerlijke rivier
Totdat ik, in de stilte, in mezelf, ontdekte dat dit helemaal niet kan. Liefde, puurheid en openheid is onze fabrieksinstelling. Het is onze natuurlijke flow, als een rivier die door je heen stroomt. Een rivier wil altijd stromen. De rivier wil geen blokkades in die stroom hebben, want dat zorgt voor stagnatie. Haal de blokkade weg en de rivier zal weer als vanouds stromen.
Sommige mensen zeggen: “Ik zie die spark, dat lichtje in mezelf niet meer. Ik denk dat het uitgedoofd is. “
Logisch. Als je een zaklamp neerlegt en je stort er een vuilnisbelt overheen uit, kun je zeggen: “Het lichtje is er niet meer.” Nee, het licht is er nog steeds, maar je moet die rotzooi weggooien die er bovenop ligt.
Ik wil je uitnodigen om deze oefening te doen. Zoek een oude foto van jezelf op, kijk in die ogen van het kindje en vraag jezelf af: “Welke rotzooi, in de vorm van oordelen, overtuigingen, automatisch gedrag, aangeleerd gedrag is erbij gekomen? Waar blijf ik aan vasthouden wat ik eigenlijk allang los had moeten laten?”
Andere blogs om op jezelf te reflecteren: