Vechten, vluchten en bevriezen. Die drie reacties op gevaar ken je waarschijnlijk wel. Maar er is een vierde, die veel minder bekend is en tegelijk ontzettend veel voorkomt: fawning. En grote kans dat je ‘m herkent zodra je weet waar je naar zoekt.
Fawning betekent dat je jezelf voortdurend aanpast aan de behoeftes en verwachtingen van anderen. Je loopt op je tenen om iedereen te pleasen, je vermijdt conflicten, je neemt de schuld liever op je dan dat het ongemakkelijk wordt. En zo, beetje bij beetje, raak je jezelf kwijt. Niet in één klap, maar sluipend. Tot je op een dag niet meer goed weet wat jíj eigenlijk wilt.
In deze blog leg ik uit wat fawning is, hoe je het bij jezelf herkent en, belangrijker nog, hoe je het kunt afleren. Want je hoeft niet je hele leven jezelf weg te cijferen om je veilig te voelen.
Wat is fawning precies?
Fawning is een overlevingsstrategie. Net als vechten of vluchten is het iets wat je lijf doet om gevaar te overleven. Alleen kies je hier niet voor afstand of strijd, maar voor verbinding. Je trekt naar de ander toe in plaats van weg te lopen.
Stel je een dier voor dat zich klein maakt en zich onderwerpt zodra er een groter dier aankomt. Niet vechten, niet wegrennen, maar lief en meegaand zijn om de boel te kalmeren. Dat is precies wat fawning bij mensen doet. Je maakt jezelf aangenaam, behulpzaam en onmisbaar, zodat de dreiging verdwijnt.
Het slimme is: het werkt. Op de korte termijn voel je je inderdaad veiliger. Maar er zit een prijskaartje aan dat je vaak pas veel later ontdekt. Want elke keer dat je de wensen van een ander vooropstelt, zet je die van jezelf een stukje verder weg.
Fawning naast vechten, vluchten en bevriezen
Misschien vraag je je af waarom je hier nooit eerder van hoorde. Logisch. We leren al jong over de drie klassieke stressreacties, maar fawning bleef lang onder de radar.
En: het is misschien wel de meest sociaal geaccepteerde reactie van allemaal. Want iemand die fawnt, valt niet op. Sterker nog: die persoon krijgt vaak complimenten. “Wat ben jij toch lief.” “Op jou kan ik altijd rekenen.” “Jij denkt altijd aan een ander.” Klinkt mooi, hè? Maar daaronder zit soms iemand die doodsbang is om afgewezen te worden als ze een keer nee zegt.
En precies daarom is fawning zo lastig te herkennen. Het lijkt op zorgzaamheid. Het lijkt op aardig zijn. Maar het komt niet voort uit vrijheid. Het komt uit angst.
Hoe herken je fawning bij jezelf?
Goede kans dat je inmiddels denkt: maar wacht eens even. Laten we het concreet maken. Je fawnt mogelijk als je jezelf herkent in dit soort patronen:
Je zegt ja terwijl je vanbinnen nee schreeuwt.
Je voelt feilloos aan wat de ander nodig heeft, maar bij de vraag wat jíj wilt blijft het stil.
Je vermijdt conflicten alsof je leven ervan afhangt.
Je neemt automatisch de schuld op je, ook als het niet jouw schuld is.
Je zorgt voor iedereen, terwijl je eigen accu compleet leeg is.
Je blijft hangen in werk dat niet bij je past, of in een relatie waarvan iedereen om je heen al lang ziet dat je zou moeten gaan.
Dat laatste is misschien wel het meest verwarrende. Waarom blijf je bij iemand die je pijn doet? Waarom loop je niet weg? Omdat fawning je juist náár de ander toe duwt in plaats van ervan weg. Je verbinding is je bescherming geworden. Loslaten voelt dan niet als bevrijding, maar als levensgevaar.
Waarom je fawnt
Niemand kiest hier bewust voor. Fawning ontstaat meestal vroeg, in een omgeving waar het niet veilig was om jezelf te zijn.
Misschien groeide je op met een ouder bij wie je voortdurend op eieren liep. Misschien leerde je dat jouw behoeftes te veel waren, of dat liefde iets was wat je moest verdienen door zoet en behulpzaam te zijn. Een kind dat niet kan vechten of vluchten, heeft maar één optie over: zich aanpassen. Pleasen. Het de ander naar de zin maken.
En dat kind was slim. Het deed precies wat nodig was om die liefde en veiligheid te krijgen. Het probleem is alleen dat dit overlevingsmechanisme blijft draaien, ook als het gevaar allang voorbij is. Je bent volwassen, je bent veilig, en tóch loop je nog steeds op je tenen. Je lijf onthield de les: aanpassen = overleven.
Dat is geen zwakte. Dat is een litteken. En littekens kun je helen.
Wat fawning doet met je relaties
Hier wordt het pijnlijk, want fawning saboteert juist de verbinding die je zo wanhopig zoekt.
Als je voortdurend een aangepaste versie van jezelf laat zien, kan niemand de échte jij leren kennen. Je partner houdt van een masker. Je vrienden kennen de behulpzame jij, niet de jij met eigen verlangens en grenzen. En diep van binnen voel je je daardoor eenzaam, juist tussen de mensen die het dichtst bij je staan.
Bovendien trekt fawning vaak precies de verkeerde mensen aan. Wie zichzelf wegcijfert, is een magneet voor mensen die graag op de voorgrond staan. Zo beland je keer op keer in relaties waarin jij geeft en de ander neemt. Niet omdat je dat verdient, maar omdat je geleerd hebt dat dít liefde is.
Hoe je fawning kunt afleren
Het goede nieuws: fawning is aangeleerd, en dus kun je het ook weer afleren. Niet door jezelf hard aan te pakken, maar door stap voor stap iets nieuws te oefenen.
Het begint met herkennen. Pas als je doorhebt wanneer je fawnt, krijg je een keuze. Daarna gaat het om het opnieuw leren voelen wat jíj wilt. Klein beginnen mag: welke koffie wil ik echt, welke film, welk weekend. En vervolgens het allerspannendste: af en toe nee zeggen, en ontdekken dat de wereld niet instort.
Dat voelt eerst doodeng, want je systeem schreeuwt dat het onveilig is. Maar elke keer dat je tóch voor jezelf kiest, leer je je zenuwstelsel iets nieuws: ik mag er zijn, ook met mijn grenzen. In mijn praktijk werk ik hiervoor met schaduwwerk en systeemwerk, juist omdat fawning zo diep in je geschiedenis geworteld zit. Je hoeft het niet weg te denken. Je mag het bij de wortel aanpakken.
Wil je een boekentip over fawning?
Wil je je hier echt in verdiepen, dan is er één boek dat ik je van harte aanraad: Fawning van klinisch psycholoog Ingrid Clayton.
Clayton is dé expert op dit gebied en schreef het eerste boek dat fawning volledig uit de schaduw haalt. Aan de hand van haar eigen verhaal, dat van haar cliënten en de nieuwste wetenschappelijke inzichten laat ze zien waarom je fawnt en hoe je de patronen herkent. Maar bovenal toont ze hoe je dit kunt afleren, zodat je eindelijk kunt helen en helemaal jezelf kunt zijn.
Wat dit boek zo waardevol maakt, is dat ze niet alleen uitlegt, maar ook praktische handvatten geeft. Veel lezers noemen het herkenbaar tot in hun tenen, en precies die herkenning is vaak al de eerste stap naar verandering.
Als je op het plaatje hieronder klikt, ga je naar Bol.com, waar je het boek kunt bestellen. Waarom dan via deze link? Dit is een affiliatelink. Dit betekent dat jij hetzelfde betaalt, maar dat Bol.com ziet dat je het boek via mijn website gevonden hebt en ik een kleine commissie krijg. Bedankt als je mij dit gunt!
Herken je jezelf in dit verhaal? Voel je hoe vermoeiend het is om altijd maar de aangepaste versie van jezelf te zijn? Weet dan dat je het niet alleen hoeft uit te zoeken.
In mijn praktijk in Hillegom begeleid ik mensen uit de hele Bollenstreek – Lisse, Sassenheim, Noordwijk en daarbuiten – die zichzelf zijn kwijtgeraakt in het pleasen van anderen. Samen kijken we naar waar je fawning vandaan komt, en oefenen we hoe het is om weer voor jezelf te kiezen. Niet egoïstisch, maar eindelijk eerlijk.
Meer over jezelf aanpassen in relaties:
