Heeft mijn partner een hechtingsstoornis?

heeft mijn partner een hechtingsstoornis?

Je hebt de boeken gelezen. De podcasts beluisterd. Je kent de hechtingsstijlen, je herkent je eigen triggers en je ziet de patronen van je partner helderder dan hijzelf. En dus stel je jezelf op een gegeven moment die ene vraag: heeft mijn partner een hechtingsstoornis? Want er moet toch íéts zijn wat verklaart waarom hij zo reageert?

Jij groeit, jij graaft, jij wilt werken aan jezelf. En je partner? Die reageert nog behoorlijk impulsief, schiet in de verdediging en vindt eigenlijk dat het allemaal wel meevalt. Of dat het aan jou ligt. Ondertussen ben jij stilletjes een soort therapeut geworden in je eigen relatie.

 

 

Wanneer je de therapeut van je partner wordt

Laten we beginnen bij een ongemakkelijke spiegel. Want als jij degene bent die zich verdiept in zelfontwikkeling, triggers en hechting, en je partner niet, dan ontstaat er vaak ongemerkt een scheve verhouding.

Jij gaat uitleggen. Inzichten geven. Hem laten zien wat er volgens jou gebeurt als hij weer dichtklapt of zichzelf verdedigt. Je bedoelt het goed, hartstikke goed zelfs. Maar voor je het weet ben je niet meer zijn partner, maar zijn coach. Zijn spiegel. Zijn onbetaalde therapeut die avonds gewoon naast hem ligt.

En dat is uitputtend. Want een therapeut zijn van iemand die daar niet om gevraagd heeft, is dweilen met de kraan open. Je analyseert, je adviseert, je hoopt. En hij voelt zich vooral bekeken, beoordeeld en tekortgeschoten.

 

 

Is zo’n relatie wel haalbaar?

Kan een relatie gezond blijven als de één voortdurend de bewuste, emotionele volwassene is en de ander het projectje?

Het eerlijke antwoord: dat wordt lastig. Want zodra jij de rol van begeleider inneemt, glijdt jullie band bijna ongemerkt af naar iets anders dan gelijkwaardige liefde. Vaak naar één van deze twee:

Een ouder/kind-band:

Jij corrigeert, jij hebt geduld, jij voedt op. Hij gedraagt zich als het kind dat zich verzet tegen weer een les. En kinderen worden niet verliefd op hun ouders. Aantrekkingskracht heeft gelijkwaardigheid nodig, en die verdwijnt zodra jij boven hem komt te staan.

Een patiënt/therapeut-band:

Jij diagnosticeert, hij is het probleemgeval. Jij weet wat er mis is, hij ondergaat je analyses. Ook hier verdwijnt de gelijkwaardigheid, en daarmee vaak ook de intimiteit en het verlangen.

Het probleem is niet dat je om je partner geeft. Het probleem is dat liefde geen behandelplan is. En jij hebt er niet voor getekend om iemands therapeut te worden.

 

 

De hechtingsstijlen op een rij

Goed, dan nu even alles op een rijtje, want je wilt natuurlijk weten: doet hij het expres of kan hij het gewoon niet?

Mankeert er iets aan hem of is hij gewoon gemakzuchtig?

 

Veilige hechting. Iemand met een veilige hechting kan dichtbij komen én ruimte geven. Conflicten zijn niet fijn, maar ook niet levensbedreigend. Deze mensen kunnen praten over wat er speelt zonder meteen te vluchten of te ontploffen.

Angstige hechting. Hier zit vaak veel angst om verlaten te worden. Het voortdurend bevestiging nodig hebben, elke verandering in de sfeer haarscherp aanvoelen en de neiging om hard te trekken aan verbinding. Veel “redders” en “fixers” herkennen zichzelf hierin.

Vermijdende hechting. Dit is degene die dichtklapt zodra het spannend wordt. Afstand voelt veilig, nabijheid voelt benauwd. Praten over gevoel? Liever niet. Deze partner trekt zich terug, bagatelliseert, of zegt simpelweg: “Ik snap niet waar je het over hebt.”

Angstig-vermijdende (gedesorganiseerde) hechting. De meest verwarrende combinatie: kom dichterbij, ga weg, kom terug. Dit is vaak ontstaan in een jeugd waarin de plek die veilig had moeten zijn, juist onveilig was en onvoorspelbaar.

 

Herken je je partner in het vermijdende of gedesorganiseerde type, en jezelf in het angstige? Dit komt vaak voor. Dan zit je in een klassieke dans: jij trekt, hij duwt. Hoe harder jij trekt om verbinding te krijgen, hoe verder hij zich terugtrekt. En hoe verder hij zich terugtrekt, hoe paniekeriger jij trekt.

 

 

Een hechtingsstijl is iets anders dan een hechtingsstoornis

Het is belangrijk om hier even stil te staan, want dit verwart bijna iedereen. Een onveilige hechtingsstíjl is heel iets anders dan een hechtingsstóórnis.

Een hechtingsstijl is een patroon. Het komt veel voor. Er zijn meer mensen onveilig gehecht dan veilig, dus het zou niet raar zijn als je je partner herkent in een onveilige hechtingsstijl.

Een echte hechtingsstoornis is een klinische diagnose, meestal vastgesteld in de kindertijd, en komt veel zeldzamer voor. De kans dat jouw volwassen partner een officiële hechtingsstoornis heeft, is dus klein. De kans dat hij een vermijdende of angstige hechtingsstijl heeft, is een stuk groter.

Dat onderscheid is geen muggenzifterij. Want zodra je het woord “stoornis” plakt op je partner, verander je hem in een patiënt en jezelf in zijn behandelaar. En daar wilden we nou juist vanaf.

 

 

Andere mogelijke verklaringen voor zijn gedrag

Je zoekt een verklaring, en dat snap ik volledig. Als je begrijpt wat er aan de hand is, voelt het minder als chaos. Naast hechting komen er vaak drie andere vermoedens voorbij. Lees ze met een flinke korrel zout, want je kunt je partner niet zelf diagnosticeren. Dat kan alleen een professional.

Emotionele onbeschikbaarheid. Dit is geen diagnose, maar een toestand. Iemand die er niet bij kan, niet bij zijn eigen gevoel en dus ook niet bij dat van jou. Soms tijdelijk, soms een levenslang aangeleerde manier om zichzelf te beschermen.

Verborgen (covert) narcisme. Subtieler dan het luidruchtige type narcist. Geen grootspraak, maar op een bepaalde manier egocentrisch, snel gekrenkt, slachtofferschap, en weinig ruimte voor jouw beleving. Let op: dit is een klinisch persoonlijkheidspatroon, geen scheldwoord dat je uitdeelt in een ruzie.

Autisme of kenmerken daarvan (zoals Asperger). En hier wil ik echt even pas op de plaats maken. Autisme is geen karakterfout en geen stoornis die je “afleert”. Het is een andere bedrading van het brein. Iemand met autisme kan oprecht moeite hebben om emoties te lezen of te benoemen, zonder een greintje kwade wil. Dat is wezenlijk anders dan iemand die het wél kan maar niet wil. Verwar die twee dus niet, en plak geen label dat je niet kunt onderbouwen.

Zie je hoe verleidelijk het is om te blijven zoeken naar dé verklaring? Alsof het juiste etiket je eindelijk rust gaat geven. Maar vaak is het een manier om de pijnlijke vraag uit te stellen: wat heb ík nodig, en krijg ik dat hier?

 

 

Kan hij het niet, of wil hij het niet?

Deze vraag is voor jou belangrijk. Want als hij het niet kán, dan kun je toch niet boos worden? Als het een stoornis is, valt hem niets te verwijten. Maar als hij er wél iets aan zou kunnen doen, dan vind je dat hij ook de verplichting heeft om dat te doen.

Een logische redenering. En toch zit er een addertje onder.

Allereerst is het zelden zwart-wit. Niet-kunnen en niet-willen lopen vaak door elkaar heen. Iemand kan het op dit moment niet, simpelweg omdat hij het nooit geleerd heeft, en tegelijk niet bereid zijn om het te leren. Vermogen groeit namelijk pas zodra de wil er is. Zonder bereidheid komt er geen enkele verandering, ongeacht het talent.

En dan de echte valkuil: zolang jij wacht op de perfecte verklaring om te weten hoe je je mag voelen, blijf je hangen. Je gevoel hoeft geen toestemming te krijgen van een diagnose. Of hij nu niet kan of niet wil, jouw behoeftes blijven precies even geldig. Eenzaamheid in een relatie voelt eenzaam, ook als de ander er niets aan kan doen.

Dus misschien is de bruikbaarste vraag niet “kan hij het of wil hij het?”, maar: “is hij bereid om er samen naar te kijken, of niet?” Dat is het verschil dat over jullie toekomst gaat.

 

 

Wat dit met jóu doet

Tijd om de spiegel nog een keer te draaien, want dat hoort er nu eenmaal bij.

Waarom ben jij degene geworden die alles draagt, uitlegt en oplost? Wat levert die rol je op? Voor veel mensen voelt het redden van een ander veiliger dan het voelen van hun eigen tekort. Zolang jij druk bent met hém, hoef je niet te kijken naar jouw eigen angst om verlaten te worden, jouw eigen patroon, jouw eigen verlangen om onmisbaar te zijn.

Dat is geen verwijt. Het is een uitnodiging. Want hier ligt nou juist de plek waar jíj wél iets kunt veranderen. Niet aan hem, maar aan de dans die jullie samen dansen.

Wat kun je doen?

Geen kant-en-klare oplossing, wel een paar eerlijke richtingen:

Leg de therapeutenpet neer. Je bent zijn partner, niet zijn behandelaar.
Stop met diagnosticeren, adviseren en repareren. Dat is een opluchting voor jullie allebei.
Stel grenzen in plaats van diagnoses. “Jij hebt een vermijdende hechtingsstijl” verandert niets.
“Ik heb verbinding nodig en zo voel ik me eenzaam” zegt iets over jou, en daar kan hij wél iets mee.
Onderzoek de bereidheid. Wil hij samen naar jullie patroon kijken, desnoods met hulp van buitenaf? Zijn antwoord daarop zegt meer dan welk etiket ook.
Wees eerlijk over wat je kunt dragen. Je kunt niemand veranderen die niet wil. De enige vraag die overblijft is: kan ik gelukkig zijn met deze relatie zoals die nú is, of niet?
Dat is een loodzware vraag, ik weet het. Maar hij is van jou, en van niemand anders.

 

 

Boekentip: Verbonden

Kijk wat de hechtingsstijl is van jezelf en die van je (toekomstige) partner en leer begrijpen waarom de liefde zo’n emotionele achtbaan is.

We vertrouwen op de wetenschap om te bepalen wat we eten en hoe vaak we sporten, maar hoe zit het met relaties? Is er een wetenschappelijke verklaring voor het feit dat sommige mensen schijnbaar moeiteloos een partner vinden, terwijl anderen elke relatie stuk zien lopen? Die is er zeker, volgens de vooraanstaande Amerikaanse psychiater Amir Levine en psycholoog Rachel Heller.

In Verbonden laten zij zien hoe het begrijpen van je hechtingsstijl en die van je (toekomstige) partner kan helpen een goede relatie te krijgen én te behouden. Zij onderscheiden drie hechtingsstijlen:
Angstig: houdt mijn partner wel genoeg van mij?
Vermijdend : intimiteit betekent verlies van onafhankelijkheid.
Veilig: geen moeite met intimiteit en van nature warm en liefdevol.

Wetenschappelijke feiten worden uitgelegd aan de hand van voorbeelden van succesvolle en minder succesvolle relaties. Ontdek aan de hand van de (zelf)test wat je eigen hechtingsstijl is, en die van je partner. Leer wanneer alle alarmbellen moeten gaan rinkelen en hoe je een ‘veilige’ partner kunt herkennen. Maar onthoud vooral: ook jij kunt de liefde vinden én behouden.

Als je op het plaatje hieronder klikt, ga je naar Bol.com, waar je het boek kunt bestellen. Waarom dan via deze link? Dit is een affiliatelink. Dit betekent dat jij hetzelfde betaalt, maar dat Bol.com ziet dat je het boek via mijn website gevonden hebt en ik een kleine commissie krijg. Bedankt als je mij dit gunt!

 

 

Meer over hechting:

De angstige hechtingsstijl

Combinaties van hechtingsstijlen in relaties

Hoe ziet hechtingsproblematiek er uit in relaties?

Hechtingsproblematiek

 

 

 

Leave your comment