Waarom kies ik steeds weer de verkeerde?
Of misschien zit je net aan de andere kant; je hebt een lieve, betrouwbare man ontmoet, en je begrijpt niet waarom je het liefst wilt wegrennen. Waarom je het ergens niet vertrouwt.
Allebei wijst naar hetzelfde mechanisme. En allebei is te begrijpen, zodra je weet wat er onder zit.
Welke man moet je kiezen volgens je hoofd?
Je hoofd kiest wat het kent.
Dat klinkt onschuldig, maar dat is het niet. Want wat je kent, is niet altijd wat goed voor je is. Wat je kent, is wat je vroeg leerde over liefde. En als je leerde dat liefde betekent: wachten op aandacht, je best doen om gezien te worden, alert blijven of die ander vandaag wél of níet beschikbaar is — dan herkent je brein dat patroon later als ‘liefde’.
Niet omdat het liefde ís. Maar omdat het bekend voelt.
Daarom kun je tegenover een man zitten die je slecht behandelt, die er niet voor je is, die je continu in onzekerheid laat, en toch denken: ‘hij is de ware, ik moet alleen nog even doorzetten.’ Je hoofd vertaalt de spanning, de drama, de onbereikbaarheid naar iets diepers. Iets wat lijkt op verlangen. Iets wat lijkt op liefde.
Maar je lichaam weet beter.
Wat je lichaam je probeert te vertellen
Je lichaam liegt niet.
Bij de man die je angstig maakt, voel je het. Je schouders zitten zowat naast je oren. Je ademhaling is hoog en oppervlakkig. Er zit een knoop in je maag. Je slaapt slecht na seks met hem. Zijn berichtjes zijn niet geruststellend. Je hartslag versnelt als zijn naam in beeld komt — en niet op een fijne manier.
Dat is geen verliefdheid. Dat is je zenuwstelsel dat alarm slaat.
Bij de andere man; die lieve, betrouwbare, beschikbare, goede vent, gebeurt iets anders. Je ademt dieper. Je slaapt rustiger. Je voelt geen rusteloze knoop in je maag als hij je appt. Hij komt opdagen wanneer hij zegt dat hij komt. Hij is geen mysterie. Hij is er gewoon.
En precies daar gaat het wringen. Want je hoofd zegt: ‘dit is raar. Dit is saai. Waar zijn de vlinders, het vuurwerk, de passie?’
Je lichaam zegt: ‘eindelijk rust.’
Je lichaam geeft de juiste signalen. Je hoofd geeft de oude signalen.
Een laag zelfbeeld gaat altijd achter de foute mannen aan
Dat klinkt hard. Maar het is geen oordeel, het is een mechanisme.
Want kijk wat er gebeurt: je gaat achter de man aan die niet beschikbaar is. Je denkt dat je hem kunt veranderen. Je denkt dat hij uiteindelijk wel voor je gaat kiezen, als je maar lief genoeg bent, geduldig genoeg, mooi genoeg, begrijpend genoeg. Je achtervolgt hem. Je past je aan. Je maakt je klein. Je houdt je behoeftes binnen, omdat je de perfecte vrouw voor hem wilt zijn.
En dat doe je niet omdat je dom bent. Je doet het omdat ergens in jou een oud meisje woont dat ooit leerde: ‘als ik hard genoeg mijn best doe, ga ik liefde verdienen.’
Dat kleine meisje zit nu aan het stuur van jouw leven.
Welke man moet je kiezen volgens je angstige hechtingsstijl?
Je angstige hechtingsstijl kiest de onbeschikbare man.
Niet omdat ze masochistisch is. Maar omdat onbeschikbaarheid haar werksysteem activeert. Ze weet hoe ze moet jagen, hoe ze moet wachten, hoe ze moet hopen, hoe ze moet aanpassen. Dat is haar specialiteit. Geef haar een man die afstand schept, en ze gaat aan het werk. Geef haar een man die er gewoon ís, die haar accepteert zoals ze is — en ze weet niet wat ze ermee moet.
De angstige hechtingsstijl gedijt op onzekerheid. Niet omdat onzekerheid lekker is, maar omdat het bekend is. En bekend voelt voor je brein hetzelfde als veilig. Ook als het dat niet is.
Daarom voel je die rush bij een appje na drie dagen stilte. Daarom voelt het zo bijzonder als hij eindelijk weer aandacht geeft. Daarom interpreteer je elke kruimel als een hele maaltijd. Je systeem is verslaafd aan de cyclus van onthouding en beloning. En een man die elke dag stabiel beschikbaar is, geeft die cyclus niet.
Dus zegt je hoofd: ‘dit is niks. Er is geen vonk.’
Terwijl je lichaam zegt: ‘eindelijk geen alarm.’
En de vermijdende hechtingsstijl dan?
Aan de andere kant van het spectrum zit de vermijdende stem. Die wordt vaak gewekt bij de veilige man.
Want stel: je ontmoet hem, eindelijk. De lieve. De betrouwbare. Hij belt wanneer hij zegt dat hij belt. Hij vraagt hoe je dag was en luistert ook nog naar het antwoord. Hij is consistent. Hij is aanwezig. Emotioneel beschikbaar. Alles wat je wilde in een man, heb je gevonden.
En in plaats van dat je smelt, krijg je het benauwd.
Je vindt opeens dingen aan hem die niet kloppen. Hij eet raar. Hij lacht te hard. Hij is te beschikbaar, een beetje een ‘pussy’. Hij is te gewoon. Je denkt: ‘dit kan niet de juiste zijn, want het voelt niet bijzonder genoeg.’
Die stem zegt: ‘pas op. Als je je hecht, ga je geraakt worden. Trek je terug voordat hij dat doet.’ Het is een oud beschermingsmechanisme. Vroeger was dit slim, toen het inderdaad niet veilig was om je te hechten. Maar nu, tegenover een man die wél veilig is, werkt het tegen je.
Je vermijdt hem. Niet omdat hij niet deugt. Maar omdat je hem niet kunt omarmen.
Het lichaam liegt niet, het hoofd herhaalt
Hier komt de kern van alles.
Je lichaam reageert op wat er nu gebeurt. Je hoofd reageert op wat er vroeger gebeurde. Ze geven tegenstrijdige signalen. En daarom maak je de verkeerde keuze, telkens opnieuw, als je naar je hoofd luistert in plaats van naar je lijf.
Je lichaam weet binnen drie seconden of iemand veilig is. Je hoofd doet er drie jaar over om dat tegen te spreken.
Bij de onveilige man:
– Je hoofd zegt: ‘hij is intens, hij is mysterieus, hij moet wel de ware zijn.’
– Je lichaam zegt: ‘ik kan niet slapen, ik kan niet eten, ik ben constant gespannen.’
Bij de veilige man:
– Je hoofd zegt: ‘hij is saai, er is geen spanning, ik voel niks.’
– Je lichaam zegt: ‘ik kan weer ademen. Ik slaap weer. Ik ben weer mezelf.’
Welke van de twee zou je vertrouwen?
Welke man moet je kiezen — en hoe maak je die keuze?
Dit is geen kwestie van willen.
Het is een kwestie van hechten. En hechten gebeurt niet in je hoofd, maar in je zenuwstelsel. Daar zit het oude patroon. En daar moet het ook losgemaakt worden.
Een paar dingen die helpen:
- Begin met opmerken. Letterlijk: voel waar je lijf op reageert. Bij wélke man komt die oncomfortabele knoop in je maag? Bij welke zakken je schouders? Schrijf het op. Word een onderzoeker van je eigen lichaam in plaats van een slachtoffer van je eigen hoofd.
- Kalmeer de stem die weg wil rennen. De angstige stem die de onveilige man achterna wil, die is niet stom. Die is bang. Wat ze nodig heeft is geen rationele tegenargumenten, maar geruststelling. Ik ben er. Ik ga niet weg. Je hoeft niet te jagen om geliefd te worden. Dat is innerlijk werk. Dat is moeder zijn voor jezelf.
- Maak ruimte voor het ongemak van veiligheid. Veiligheid voelt eerst raar. Veilig voelt eerst saai. Veiligheid voelt eerst alsof er iets mist. Dat is niet omdat er iets mist, dat is omdat je zenuwstelsel het niet kent. En dingen die je zenuwstelsel niet kent, voelen verdacht.
- Geef het tijd. Veilig wordt vertrouwd, maar niet vandaag. Niet morgen. Wel na een paar maanden van consequent niet wegrennen.
- Werk aan je hechtingsstijl. Hechtingsstijlen zijn geen levenslang vonnis. Ze ontstaan in een relatie, en ze veranderen in een relatie. In therapie. In contact met een man die wél blijft, ook als jij even niet kan. In contact met jezelf, als je leert dat je niet stuk bent.
Wanneer brein en lichaam samenwerken
Het mooie aan dit werk: er komt een moment dat het stil wordt vanbinnen.
Dan zit je tegenover de man die lief is, betrouwbaar, aanwezig, en je hoofd zegt niet meer: ‘vlucht!’ Je hoofd zegt: ‘we zijn thuis.’ En je lichaam zegt hetzelfde. En voor het eerst in je leven kloppen die twee.
Dat is geen verliefdheid in de oude betekenis, zoals jij die verwacht. Geen extreme vlinders, geen drama, geen hopen of hij vandaag belt. Dat is iets stillers. Iets dieper. Het is rust in plaats van rush.
En je hoofd, dat zo lang achter de verkeerde aanging, leert eindelijk dat de fijne keuze ook de veilige keuze is. Dat ze niet tegenover elkaar staan. Dat liefde niet samen gaat met pijn en drama.
Dat het fijn mag voelen.
Dat jij liefde mag voelen gewoon voor wie jij bent.
Welke man moet je kiezen — de korte versie
De man bij wie je lichaam zacht wordt.
Niet de man bij wie je hoofd hard rent. Niet de man die je continu moet uitleggen, achtervolgen, vergeven, overtuigen. Niet de man die jou een beter mens wil maken door je slechter te laten voelen.
Maar de man bij wie je weer kunt ademen.
Je hoofd komt later. Het brein heeft tijd nodig om in te halen wat het lichaam al weet. En dat tijd nodig hebben, mag. Je hoeft niet morgen genezen te zijn. Je hoeft alleen vandaag iets anders te kiezen dan gisteren.
Namelijk dit: dat wat fijn voelt in je lijf, geen vergissing is.
Dat is geen saaiheid. Dat is veiligheid. En veiligheid is precies wat je hele leven aan het zoeken bent — alleen op de verkeerde plekken.
Tot nu.
Wil je praktisch aan de slag om je zenuwstelsel te reguleren? Om je weer veilig te voelen in je eigen lijf?
Dan is dit boek misschien iets voor jou.
Het nervus vagus werkboek
50 oefeningen om je zenuwstelsel beter te leren kennen en er vriendschap mee te sluiten.
Wanneer ons autonome zenuwstelsel – inclusief de nervus vagus – gereguleerd is, voelen we ons veilig en verbonden met onszelf en met de mensen om ons heen. We kijken met vertrouwen naar het leven en reageren flexibel op dagelijkse uitdagingen. Toch gebeurt het ons allemaal dat we in een overlevingstoestand terechtkomen, en soms leven we misschien zelfs langere tijd in zo’n toestand van zelfbescherming.
Op dat moment signaleert ons zenuwstelsel gevaar, terwijl we niet daadwerkelijk in gevaar zijn. We worden bang of boos, of we voelen ons terneergeslagen en afgesloten. Ons zenuwstelsel probeert ons dan simpelweg te beschermen. Naarmate we de reacties van ons zenuwstelsel gaan herkennen en begrijpen en leren om met ons zenuwstelsel samen te werken, zullen we steeds gemakkelijker terugkeren naar onze gereguleerde en verbonden toestand.
Met dit werkboek ontdek je hoe je zenuwstelsel werkt en hoe je er vriendschap mee kunt sluiten. De oefeningen zijn gebaseerd op de polyvagaaltheorie en helpen de nervus vagus te reguleren. Je leert welke invloed je zenuwstelsel heeft op hoe je je voelt, hoe je de wereld om je heen waarneemt en hoe je je tot anderen verhoudt. In plaats van overgeleverd te zijn aan gevoelens van angst, verdriet, onzekerheid of overweldiging, leer je stap voor stap de weg terug te vinden naar regulatie. Je zult steeds meer momenten van rust, verbondenheid en vreugde gaan ervaren.
Als je op het plaatje hieronder klikt, ga je naar Bol.com, waar je het boek kunt bestellen. Waarom dan via deze link? Dit is een affiliatelink. Dit betekent dat jij hetzelfde betaalt, maar dat Bol.com ziet dat je het boek via mijn website gevonden hebt en ik een kleine commissie krijg. Bedankt als je mij dit gunt!
Meer over foute en goede mannen:
Foute mannen: waarom val je er altijd op?
Waarom je steeds weer valt op onbeschikbare mannen
Emotionele beschikbaarheid: hoe ziet dat er uit?
De vermijder in vermomming van de communicator
