Wat projecteer jij op je partner?

projecting

Je partner laat een natte handdoek op bed liggen. Voor de derde keer deze week. En in plaats van een lichte irritatie voel je iets opkomen dat veel heftiger is dan irritatie. Een hete, kolkende woede. Je hoort jezelf praten met een felheid die je eigenlijk niet wilt. En ergens denk je: waar komt dit nou vandaan?

Grote kans dat je partner op dat moment niet alleen je partner is. Dat er een herkenning is, onbewust, van vroeger.

Dat heet projectie. En het is een van de meest onderschatte redenen waarom we ruzie maken over dingen die het eigenlijk niet waard zijn.

 

 

Wat is projectie eigenlijk?

Projectie betekent dat je gevoelens of eigenschappen die je moeilijk vindt om bij jezelf te zien, neerlegt bij een ander. Het is een beschermingsmechanisme. Je hoeft dan niet te voelen wat er in jou speelt, want je hebt het buiten jezelf geparkeerd. Bij de ander.

In de simpelste vorm gaat het over jezelf. Je voelt je onzeker, maar in plaats van die onzekerheid te voelen, betrap je je partner erop dat hij “altijd kritiek heeft”. Je bent gefrustreerd over je eigen keuzes, maar het is je partner die “nooit iets afmaakt”. De ander wordt een spiegel waarin je je eigen schaduw ziet — en je denkt dat je partner het probleem is.

Maar er is een laag onder die laag, en juist die wordt vaak overgeslagen. Want je projecteert niet alleen je eigen verstopte kanten op je partner. Je projecteert ook je ouders.

 

 

Hoe je partner ineens je vader of moeder wordt

We zijn opgegroeid bij de eerste mensen van wie we hielden. Onze ouders, of degenen die die rol vervulden. Zij hebben de blauwdruk gemaakt van wat liefde voor jou betekent: hoe nabijheid voelt, hoe afwijzing voelt, wat er gebeurt als je boos bent, of je gezien werd of juist niet.

Die blauwdruk neem je mee. En als je je later verbindt met een partner, ga je onbewust op zoek naar het bekende. Niet omdat het gezond is, maar omdat het vertrouwd is. Je zenuwstelsel houdt van vertrouwd, ook als vertrouwd ooit pijn deed.

Het gevolg: je partner gaat in jouw beleving soms de rol spelen van je vader of moeder. Niet omdat hij of zij dat wíl, maar omdat jij die rol projecteert. Een bepaalde toon, een blik, een moment van afstand — en ineens reageer je niet op de mens tegenover je, maar op een herinnering. Je partner doet de deur dicht, en het is niet de deur van vandaag die je hoort dichtvallen, maar een deur van dertig jaar geleden.

Dit is het stille mechanisme achter zoveel relatieruzies die nergens over lijken te gaan. Ze gaan wél ergens over. Alleen niet over wat je denkt.

 

 

De boosheid die nooit weg is gegaan

Bij projectie van ouders op je partner speelt één emotie een hoofdrol: boosheid. Oude, opgeslagen, onderdrukte boosheid.

Veel van ons hebben als kind geleerd dat boosheid richting onze ouders niet mocht. Misschien werd je weggestuurd als je kwaad was. Misschien werd je ouder dan zo verdrietig dat jij je boosheid maar inslikte om hem of haar te beschermen. Misschien was er gewoon geen ruimte — je moest flink zijn, lief zijn, makkelijk zijn. En dus deed je je boosheid weg. Je drukte hem naar binnen, naar een plek waar niemand hem kon zien. Ook jij niet.

Maar boosheid verdwijnt niet als je hem wegstopt. Hij wacht. Hij zoekt geduldig een uitgang. En jaren later, in je relatie, vindt hij er een.

Want hier komt het wrange: je relatie is vaak de allereerste plek in je leven die veilig genoeg voelt om die oude boosheid alsnog te uiten. Je partner is de mens die blijft. Die je liefheeft. Bij wie je — eindelijk — niet bang hoeft te zijn dat je in de steek gelaten wordt als je kwaad bent. En dus komt het eruit. Bij hem. Bij haar. Veel te hard, voor iets veel te kleins.

De natte handdoek krijgt de woede die eigenlijk voor je moeder was. Het te laat thuiskomen krijgt de teleurstelling die eigenlijk over je vader ging. Je partner krijgt een vuur over zich heen dat al brandde lang voordat hij of zij je leven binnenkwam.

 

Waarom juist de mensen van wie we het meest houden

Dat lijkt oneerlijk, en dat is het ook een beetje. De mensen die ons het dierbaarst zijn, krijgen vaak onze rauwste reacties. Maar er zit een logica in.

Nabijheid opent oude wonden. Hoe dichter iemand bij je komt, hoe meer hij de plekken raakt waar je vroeger geraakt werd. Een vreemde kan je niet kwetsen zoals je partner dat kan, simpelweg omdat een vreemde niet bij die diepe lagen komt. Je partner wel. En dus worden in een liefdesrelatie precies de thema’s wakker die in je vroegste liefde — die met je ouders — zijn ontstaan.

Daarom is je relatie zo’n krachtige leerschool. Niet ondanks de pijn, maar via de pijn. Elke onevenredig grote reactie is een wegwijzer. Er staat een bordje bij: hier ligt iets ouds dat nog gezien wil worden.

 

 

Hoe herken je projectie bij jezelf?

Projectie voelt van binnenuit altijd terecht. Dat is het verraderlijke. Op het moment zelf bén je ervan overtuigd dat het over je partner gaat. Toch zijn er signalen die je kunnen helpen om het patroon te herkennen:

Je reactie is veel groter dan de aanleiding. Een kleine opmerking veroorzaakt een enorme golf van boosheid. Die wanverhouding is bijna altijd een teken dat er iets ouds wordt geraakt.
Het voelt griezelig bekend. Alsof je deze ruzie, dit gevoel, deze machteloosheid, al duizend keer eerder hebt gehad. Omdat dat ook zo is — alleen niet met deze persoon.
Je gebruikt woorden als “altijd” en “nooit”. “Je luistert nooit.” “Je laat me altijd vallen.” Absolute woorden horen vaak bij oude pijn, niet bij het huidige moment.
Achteraf snap je je eigen heftigheid niet. Als de storm voorbij is, blijf je verbaasd achter. Dat verbaasde gevoel is goud waard. Daar zit de opening.

 

Wat je ermee kunt: van je partner naar jezelf

Het mooie aan projectie is dat het, zodra je het doorhebt, geen valkuil meer is maar een deur.

De eerste stap is de moeilijkste en de belangrijkste: je reactie even niet meteen geloven. Niet wegduwen, niet onderdrukken — voelen mag, boosheid mag — maar er een vraag bij stellen. Wie word jij voor mij, op dit moment? En: Waar ken ik dit gevoel van?

Vaak duikt er dan een beeld op. Een keukentafel van vroeger. Een toon van je vader. Een blik van je moeder die je liet weten dat je te veel was. Op dat moment verschuift er iets. Want zodra je voelt dat de woede eigenlijk ergens anders thuishoort, hoeft je partner hem niet meer te dragen.

Dit is precies waar schaduwwerk over gaat. Je gaat niet je partner repareren — je gaat de oude wond voelen die zich via je partner laat zien. Je geeft die onderdrukte boosheid alsnog een plek, maar nu bewust, en niet meer over de rug van de mens die toevallig naast je staat. Soms betekent dat een gesprek met je ouders. Soms betekent het rouwen om wat je als kind niet kreeg. Soms betekent het simpelweg: die boosheid eindelijk mogen voelen, zonder hem ergens te hoeven dumpen.

En je partner? Die krijgt zijn of haar gezicht terug. Die is niet langer een scherm waarop jouw verleden wordt afgespeeld, maar gewoon de mens van wie je houdt. Die af en toe een natte handdoek laat liggen.

De goede boodschap is dit: wat in je relatie wakker wordt, kun je in je relatie ook helen. De plek waar de oude pijn opspeelt, is precies de plek waar de nieuwe ervaring kan landen. Je hoeft het alleen te leren zien.

 

Ander artikelen over jeugdtrauma:

Blijf niet hangen in het verleden

De zondebok

Parentificatie

Waarom je partner je knettergek maakt

 

 

Leave your comment