Het wordt als vrouw erger naarmate je ouder wordt. En dan bedoel ik niet de overgangsverschijnselen, de zwaartekracht of de rimpels in je gezicht. Al is dat natuurlijk ook waar.
Wat erger wordt is dat gevoel van:
‘Is dit nou wat ik wil de rest van mijn leven?’
‘Laat ik me nog steeds zo behandelen?’
‘Ik weet dat ik het anders wil, maar waarom staat mijn leven toch nog meestal in het teken van hem?’
Kijk, vroeger was ze hier nog niet zo mee bezig.
Ze werkte, had een gezin om te managen, het huishouden. Ze zorgde voor een schoon huis, eten op tafel, regelde dat de kinderen hun huiswerk deden, probeerde ze normen en waarden mee te geven en ze zorgde ervoor dat haar man zich fijn voelde.
Daar was ze druk zat mee. Haar eigen behoeften waren minder belangrijk. Daar stond ze vaak niet bij stil. Geen tijd. En als hij zich goed voelde, was de sfeer in huis ook goed. De harmonie bewaren was belangrijk.
Dit betekende dat zijn aanwezigheid behoorlijk bepalend werd.
“Doe maar even stil, want pappa is moe.”
“Kom maar, we laten pappa even t.v. kijken.”
En zijzelf? Haar eigen ikje?
De vrouw die zij altijd al was is ondergesneeuwd onder:
‘Anderen eerst, dan ik pas.’
‘Mijn gevoelens zijn niet belangrijk.’
‘Ik mag niet mezelf zijn.’
‘Mijn emoties doen er niet toe.’
‘Ik mag niet egoïstisch zijn.’
Haar eigen ikje zit er nog steeds. Te wachten tot ze weer naar buiten mag komen. Te wachten tot haar creativiteit, haar speelsheid, haar plezier, er weer mag zijn. Dat ze weer kan lachen om gekke dingen. Dat ze dansend door het leven mag gaan. Dat ze zich vrij kan voelen om haar gevoelens te uiten en niet meer bang is om op de tenen van de ander te staan. Dat ze eindelijk de verantwoordelijkheid voor de emoties van de ander los kan laten en kan zeggen: “Dit is van jou, niet van mij.”
En weet je waarom deze vrouwen daar steeds meer last van krijgen naarmate ze ouder worden?
Omdat ze gaandeweg dat eigen ikje niet kwijt zijn geraakt (wat ze wel denken). Het ikje is gestopt met fluisteren.
Het fluistert niet meer: “En ik dan?” Het tikt niet meer zachtjes: “He, hier ben ik.”
Nee, na zoveel jaar opgesloten te zitten beukt ze op de muren en schreeuwt ze: “Laat me eruit! Laat me eruit!”
Wanhoop, verdriet, boosheid, wrok, eenzaamheid, opgekropt in een jarenlang huwelijk met een man die haar niet écht ziet.
Moet ze dan scheiden? Is het een slechte man?
Soms wel. Maar vaak niet.
Vaak is er een wake-up call nodig. Voor hem, maar ook voor haar.
De wake-up call is:
Deze relatie werkte in deze vorm voor heel wat jaren. Maar nu werkt het niet meer. Er moet een andere manier komen van met elkaar omgaan. Dat kan samen, als hij wil. Maar als hij niet wil, dan heeft zij een andere mindset nodig. En als zij zich anders gaat gedragen, verandert de dynamiek automatisch mee.
Komt daar weerstand? Absoluut.
Je kunt niet zomaar iets veranderen wat al jaren gewoon is geworden. Maar is het nodig? Absoluut.
Het alternatief is namelijk dat ze straks 95 jaar is en zich realiseert dat haar leven in het teken heeft gestaan van anderen. Dat haar eigen ikje eenzaam en alleen opgesloten is gebleven. Als een klein kindje in een donkere put.
“Nou Sig, wat een drama op deze zondagochtend”, denk je misschien.
Als jij zelf niet in de schoenen van deze vrouw staat snap ik dat je dat denkt. Maar de vrouw die zich hierin herkent weet precies wat ik bedoel. Het gevoel dat ze haar leven nooit voor zichzelf geleefd heeft en dat haar eigen ikje nooit echt vrij heeft kunnen zijn.
Man, als ik daaraan denk, kan ik wel huilen.
Ik krijg regelmatig vrouwen in mijn praktijk die dit in hun relatie voelen en ik was er vroeger ook een van.
Wat ik gedaan heb om mijn eigen ikje te bevrijden?
Haar beschermen met alles wat ik heb. Haar eigenwaarde niet meer af laten hangen van het oordeel of de mening van iemand anders. Niet in discussie of conflict gaan met mensen die haar pijn willen doen. Haar weer opnieuw leren kennen. Wie is ze ook alweer? Wat geeft haar energie? Wat heeft ze nodig van mij?
Van binnen pink ik een traantje van dankbaarheid weg, als zo’n vrouw in mijn praktijk na het traject ‘De relatie met jezelf’ zegt:
“Ik kan bij mezelf blijven als hij teleurgesteld of boos is. Ik ga mezelf niet in allerlei bochten wringen als hij defensief doet. Ik voel me vrij om te doen en zeggen wat ik wil en zijn reactie trek ik me niet meer persoonlijk aan. En ik merk nu al dat hij ook anders doet.”
Dan ben ik super trots, want ik weet hoeveel moeite het haar heeft gekost om deze stappen te zetten. Maar de tweede helft van haar leven gaat er heel anders uitzien dan de eerste helft, dat is zeker.
Even voor de duidelijkheid, mannen kunnen dit ook voelen, want mannen hebben hun eigen ikje vaak ook onderdrukt.
Mannen hebben jammer genoeg alleen een schaamte zitten op het zoeken naar hulp. Maar als jij zo’n man bent die wel hulp wil: welkom, ik help je graag.
En als je jezelf niet herkent, maar je hebt wel een relatie, laat deze tekst dan eens lezen aan je partner en vraag: “Jij voelt je hopelijk zo niet bij mij toch? Als dat wel zo is, wil ik graag weten wat ik anders kan doen, want ik wil dat je gelukkig bent.”
Oké resumé: Wat haal jij hieruit? Ben of ken jij iemand die hier nu echt iets mee moet gaan doen?
Heeft je eigen ikje lang genoeg opgesloten gezeten en ga je haar ophalen?
Je hoeft het niet alleen te doen. Zoek hulp. Als je het alleen doet ga je toch weer twijfelen en jezelf weer in dezelfde situatie praten, omdat dat is wat je kent.
Meer relevante blogs:
Wat empaten niet weten van zichzelf
Wat je als kind leerde over liefde bepaalt hoe je nu ruzie maakt